De navolging van Christus

De navolging van Christus is één van de belangrijkste boeken die Nederlandse theologen hebben voortgebracht. Het is een stuk Nederlandse cultuur dat niet verloren mag gaan en daarom nu een gedeelte uit het eerste boek.

De navolging van Christus en het geringschatten van al wat louter tijdelijk en zinledig is.

  1. Wie Mij volgt, wandelt niet in duisternis, (Joh. 8:12) zegt de Heer.
  2. Dit zijn de woorden van Christus, waarmee wij woren aangespoord, Hem in zijn leven en gedrag na te volgen, als wij in waarheid verlicht willen zijn en bevrijd van alle verblindheid van hart.
  3. Onze voornaamste zorg behoort daarom te zijn dat wij ons diepgaand bezinnen op het leven van Jezus Christus.
  4. De leer van Christus gaat uit boven alle onderrichting van de heiligen, en had men maar de ware geest, men zou daar verborgen manna in ontdekken.
  5. Maar het is dat velen ook na het dikwijls horen van het evangelie weinig innerlijk verlangen in zich gewaarworden, omdat zij Christus’ geest niet hebben.
  6. Wie echter Christus’ woorden ten volle wil proeven en verstaan, moet de gelijkvormigheid met Hem nastreven in heel zijn leven.
  7. Wat baat het u diepzinnig over de Drieëenheid te redetwisten als ge de nederigheid mist en daarom de Drieëenigheid mishaagt?
  8. Werkelijk, grote woorden maken niet heilig en rechtvaardig, maar door een leven van deugd wordt men aangenaam aan God.
  9. Een diep berouw wil ik liever voelen dan de begripsbepaling ervan kennen.
  10. Al zoudt ge de hele bijbel van buiten kennen en de uitspraken van alle filosofen, wat zou u dat alles baten zonder de liefde Gods en zijn genade?
  11. Het ene is al dwazer dan het andere en alles is dwaasheid (Pred. 1:2), behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen.
  12. Dit is de hoogste wijsheid: de bijkomstigheid inzien van wat voorbijgaat en zich moeite geven voor het rijk der hemelen.
  13. Dwaasheid is dus vergankelijke rijkdom najagen en daarop hoop stellen.
  14. Dwaasheid is ook eer en roem willen bereiken en zichzelf in de hoogte steken.
  15. Dwaasheid is toegeven aan de begeerten van het lichaam en dat verlangen, waarvoor men later zware straf moet ondergaan.
  16. Dwaasheid is wensen lang te leven en zich weinig bekommeren om goed te leven.
  17. Dwaasheid is alleen aandacht hebben voor het tegenwoordig leven en niet voorzien wat de toekomst brengen zal.
  18. Dwaasheid is liefhebben wat voorbijvliegt en zich niet daarheen haasten waar een eeuwige vreugde wacht.
  19. Herinner u dikwijls deze uitspraak: geen oog wordt door het zien verzadigd, en door het horen wordt geen oor voldaan (Pred. 1:8).
  20. Probeer daarom uw hart vrijer te maken van de liefde voor het zichtbare en meer bij het onzichtbare te vertoeven.
  21. Want wie hun zinnelijkheid volgen besmeuren hun geweten en verliezen Gods genade.

Uit het eerste boek: Richtlijnen voor het innerlijk leven, hoofdstuk 1.

Miykayah.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in boeken, Kerkhistorie, Uncategorized en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s